De trappisten vandaag

“Jullie hebben Mij niet gekozen, maar Ik heb jullie gekozen” (Jezus tot z’n leerlingen)

Het mysterie van de roeping is ondoorgrondelijk en zal dat ook altijd blijven. Mannen en vrouwen beslissen op een dag om zich volledig aan God te wijden en ze kiezen ervoor om hun devotie te tonen door een leven in gemeenschap dat bestaat uit gebed, reflectie, studie maar ook uit handenarbeid.

Deze mannen en vrouwen zullen aanvaarden om geen eigen goederen meer te bezitten, ze zullen aanvaarden om een leven van ontzegging, gehoorzaamheid en nederigheid te leiden. Als samenlevende monniken zullen ze de stricte regels van het communeleven aanvaarden, die tegelijk ook het individuele leven verzekeren en regelen.

Deze weg kan zeer streng en ingewikkeld lijken voor de buitenstaander …

“Jezus trok de bergen in en bracht er de nacht door in gebed tot God"(Lucas, 6.12)

Het gebed maakt een essentieel onderdeel uit van de dag van een monnik, die z'n dagelijks leven onwrikbaar indeelt ten dienste van God.

De vigilie, vanaf 3u30 's morgens, bestaat uit hymnen, psalmen en lezingen. Vervolgens, bij het aanbreken van de dag, de lauden tijdens dewelke God geloofd wordt om de pracht van de wereld die Hij ons ter beschikking heeft gesteld. De terts is een korte dienst omstreeks 9u, gevolgd door de sekst rond het middaguur en de noon om 14u. Deze gebedsmomenten worden afgewisseld met periodes van lectuur, meditatie, maar ook van handenarbeid. Tegen het einde van de namiddag verzamelt de gemeenschap in de kerk voor de vespers. Tenslotte, in de avond de completen om de dag te beëindigen. De volgende ochtend herbegint dit onwrikbare ritueel.

“Omdat zij juist dan echte monniken zijn, als zij van het werk van hun handen leven zoals onze Vaderen en de Apostelen." (Regel van St Benedictus, 48.8)

Het klooster moet in haar eigen voortbestaan voorzien door activiteiten die de broodwinning van de kloostergemeenschap vertegenwoordigen.

Hett werk is gevarieerd : koken, tuinieren, wassen, onderhoudswerken uitvoeren, boekhouden en diverse ambachten beoefenen. Sommige kloosters leven nog van de teelt of van de landbouw. Sommige andere activiteiten kunnen ook geld opbrengen, dank zij het verkopen van producten als gegoten of mechanische stukken, koekjes, likeuren, wijn, confiserie, boter, brood en kaas, aardewerk, juwelen, zeep en schoonheidsproducten, snuisterijen.. Maar soms ook brouwactiviteiten…