De monniken en het bier (1/3)

“Hier is het al (het water van de rivier) in het aanpalende gebouw. Het vult de verwarmingsketel. En geeft zich over aan het vuur dat kookt, om de drank van de monniken te bereiden” (anoniem, XIIIe eeuw, de abdij van Clairvaux beschrijvend)

Sinds de middeleeuwen gebruikt de Kerk, niet vies van enig opportunisme, het bier, populaire en rendabele drank, om pelgrims aan te trekken tegen lagere kosten, maar ook om een gezonde drank te bezorgen aan de huurders van haar abdijen, de monniken. Inderdaad was het geen uitzondering dat het water, zelfs bronwater, op verschillende manieren besmet kon zijn. Het bier, door het feit dat het noodzakelijk was het water te koken waaruit het bestaat, vormde een gemakkelijk te vervaardigen drank en eerder gezond vanuit een biologisch standpunt.

In de loop der eeuwen verbetert de kwaliteit van het bier zodanig dat ze de reputatie vestigt van de kloosters die haar maken. Men schat het aantal kloosterbrouwerijen rond het jaar 1000 op ongeveer 500. Het abdijbier is de vrucht van een lange overdracht van pater brouwer op pater brouwer, en van een eeuwigdurend verbeteringsproces, nauwkeurig bewaard in de geschriften van de monniken.

Sint Benedictus zelf voorziet dat de monniken zelf alles moeten voortbrengen dat ze nodig hebben om te leven en vermeldt de gematigde nuttiging van wijn voor de monniken. Nochtans, het verbouwen van wijn is geen sinecure en bovendien zijn vele kloosters gelegen in regio’s die de wijnstok niet genegen zijn. De wijn blijft in die tijd dan ook een product dat eerder voorbehouden is aan hoge bezoekers en de monniken hadden hem al gauw vervangen door het dagelijkss gerstenat, dat gemakkelijker te verbouwen is. Immers, dit brouwsel vereist in hoofdzaak slechts water en graan, terug te vinden in alle contreien. Bovendien, graan kan worden opgeslagen en het bier kan dus gebrouwen worden op aanvraag, bijna in elk seizoen.

Zo toont het gedetailleerde plan van de abdij van Saint Gall in Zwitserland rond de IXe eeuw de aanwezigheid van drie brouwerijen binnen dit klooster en bevat het een hoop technische inlichtingen over de brouwinstallaties. Er werden daar drie bieren gebrouwen : het “prima melior” voorbehouden aan de gasten van stand, het “cervisia” voor de broeders en het “tertia”, genuttigd door de pelgrims op doortocht.

Men schrijft aan de monniken niet alleen de ontdekking van het gebruik van hop in het bier toe, maar ook het brouwen van bier van lage gisting, volgens documenten uit de XVe eeuw die ontdekt zijn in een beiers klooster te München. Het gehopte gerstenat (cervesia lupulina) verschijnt voor het eerst in een charter van de abdij van Saint Denis in 768. Het zijn de benedictijnen die vervolgens de vervaardiging van bier met hop invoeren in Lorraine. Men onderscheidde toen enerzijds het bier van de paters (potio fortis), een sterk bier dat bestemd was voor de monniken, en anderzijds het bier van de kloosters, minder sterk en bestemd voor de broeders.

Men kan dus stellen dat de monniken door eeuwen van traditie, verbetering en vernieuwing een grote invloed hebben uitgeoefend op de evolutie van het beroep van brouwer.

Suivante / volgende / next